Beter samenwerken: hoe doe je dat?
Samenwerken, hoe doe jij dat?
Beter samenwerken begint niet bij de ander, maar bij zicht op jezelf: je eigen wensen, grenzen, overtuigingen en gedrag onder spanning. Daarna komt het contact, waarin in een fractie van een seconde van alles gebeurt. En daaromheen staat het team als geheel, met zijn eigen patronen en ongeschreven regels. Dit artikel loopt die drie lagen langs en wijst per laag de weg naar verdieping.
Samenwerken is een alledaagse bezigheid. Vaak gaat het onbewust in goede harmonie. Net zo vaak verloopt het binnen een team niet soepel, en dat begint klein: gedoetjes, misverstanden, frustraties in de planning. Pas later wordt het zichtbaar in de sfeer, het verloop of het resultaat, en dan is er al een hele weg afgelegd.
Want voordat de zichtbare gevolgen zich voordoen, is er eerder al van alles gebeurd, alleen niet aan de oppervlakte. Verwachtingen die nooit zijn uitgesproken, irritaties die zijn ingeslikt, iemand die zich terugtrok zonder dat het opviel. Dat speelt zich af in de onderstroom: alles wat het gedrag stuurt zonder dat het benoemd wordt. Het bewustzijn van ons eigen gedrag en van het effect van de ander op ons komt meestal pas wanneer het kwaad al is geschied.
In elke organisatie, groot of klein, is de kwaliteit van samenwerking de kern van werkplezier, van het resultaat en van de dienstverlening. Ze verdient dus aandacht, tijd en inspanning. De vraag is waar je die aandacht op richt. Wij kijken naar drie lagen: jijzelf, het contact en het team als geheel.
Waarom begint samenwerken bij jezelf?
Zoals voor veel in het leven geldt, begint de kwaliteit van samenwerken bij onszelf. Het vraagt kennis van je eigen wensen, grenzen, waarden, overtuigingen en gedrag. Vooral van je gedrag onder spanning, want dan vallen we terug op patronen die ons ooit hebben beschermd. De een organiseert veiligheid door grip te zoeken, de ander door de harmonie te bewaren. Geen van beide bewegingen is fout, en wie zijn eigen beweging niet kent, blijft haar automatisch herhalen.
Zicht krijgen op je eigen gedrag is lastig, juist omdat het van binnenuit als gewoon redelijk voelt. Het wordt gemakkelijker door jezelf te zien door de ogen van anderen: feedback vragen, een DISC analyse, of samen met een coach onderzoeken waar je patroon vandaan komt. In ons traject zelfleiderschap noemen we dit de eerste beweging: voordat je met anderen kunt samenwerken, geef je leiding aan jezelf.
Wat gebeurt er in het contact?
Nadat je redelijk zicht hebt op jezelf, is de volgende laag het contact met de ander. In een fractie van een seconde gebeurt er van alles, nog voordat de samenwerking begint. Een blik, een toon, een net iets te korte reactie: het doet allemaal mee. Gelukkig zijn we ons niet voortdurend van die processen bewust, dat zou behoorlijk vermoeiend zijn. Maar wie nooit vertraagt, mist wat er werkelijk gebeurt.
Verschillen in stijl spelen hier een grote rol. De een communiceert helder en efficiënt, de ander voelt razendsnel een verandering in het contact. Hoe dat botst en wat het oplevert, beschreven we uit eigen ervaring in Professioneel en Persoonlijk. De kern: je hoeft niet op elkaar te gaan lijken. Juist in het verschil kom je jezelf tegen en wordt je repertoire groter. En durf te benoemen wat je ziet, want elkaar aanspreken is spannend en tegelijk de zuurstof van iedere samenwerking.
Waarom is het team meer dan de som van de mensen?
De derde laag is het geheel. Een team gedraagt zich als één levend organisme, met een eigen ritme en ongeschreven regels die sterker zijn dan ieders persoonlijke intenties. Spanning hecht zich daarbij aan één persoon, terwijl het patroon van het geheel is. Wie alleen individuen ontwikkelt, verandert het teampatroon niet.
Onder dat patroon liggen de drie basiswetten van systemisch werk, in de formulering van Phoenix Opleidingen: recht op een plek, natuurlijke ordening en balans van geven en nemen. Waar een van de drie verstoord is, hapert de samenwerking, vaak zonder dat iemand de oorzaak kan aanwijzen. En vergeet de bodem niet: verbinding, elkaar echt zien en gezien worden, is de sterkste voorspeller van werkgeluk die we kennen.
Hoe onderzoek je jullie samenwerking?
Af en toe vertragen en reflecteren levert veel op in latere ontmoetingen. Drie vragen die wij teams meegeven: wat deden wij als team toen het spannend werd? Welke winst leverde die reactie op? En willen we die winst tegen deze prijs blijven betalen? Samenwerken is bovendien zelden een kwestie van kiezen tussen twee polen, zoals sturen of loslaten, dichtbij of zakelijk. Meestal is het werken met polariteiten: twee bewegingen die elkaar nodig hebben.
Bernadette van Schie en David Stolze vormen samen Het Nest. Wij werken graag mee aan het onderzoek naar hoe jij en je team op een prettige, ontspannen en effectieve manier kunnen samenwerken. Dat kan individueel in coaching, met je hele organisatie in organisatiebegeleiding, of als startpunt in een NESTgesprek van twee à drie uur, waarin we samen kijken wat er werkelijk speelt.
Veelgestelde vragen
Waar begint beter samenwerken?
Bij jezelf. De kwaliteit van samenwerken vraagt kennis van je eigen wensen, grenzen, overtuigingen en vooral van je gedrag onder spanning, want dan vallen we terug op oude patronen. Dat zicht krijg je door jezelf te zien door de ogen van anderen: feedback, een gedragsanalyse of coaching. Wie zijn eigen beweging kent, kan er in het moment iets anders naast zetten.
Waarom loopt samenwerken in een team stroef?
Zelden door één persoon. Voordat gedoe zichtbaar wordt, is er in de onderstroom al veel gebeurd: onuitgesproken verwachtingen, ingeslikte irritaties, iemand die zich terugtrok. Het team als geheel ontwikkelt patronen die sterker zijn dan ieders intenties, en die gaan terug op drie basiswetten: recht op een plek, natuurlijke ordening en balans van geven en nemen. Waar een van de drie verstoord is, hapert het geheel.
Moet je op elkaar lijken om goed samen te werken?
Integendeel. Een team functioneert soepel wanneer verschillen zichtbaar mogen zijn en de taakverdeling daarop aansluit. Juist in het verschil kom je jezelf tegen en wordt je repertoire groter. Wat het wel vraagt: verschillen benoemen in plaats van inslikken, elkaar aanspreken ook als dat spant, en blijven investeren in verbinding, want die is de bodem waar al het andere op rust.



