Skip to main content

Waarom blijf je brandjes blussen terwijl je weet dat het anders moet?

Tanken voor je vertrekt. Waarom nu tijd maken later tijd oplevert.

Brandjes blussen voelt productief en lost zelden iets op. Wie structureel geen tijd maakt voor werk dat pas later uitbetaalt, zoals een goede overdracht, reflectie of een zorgvuldig voorbereid gesprek, creëert de brandjes van volgende week zelf. Dat is geen zwakte. Het is een voorspelbaar mechanisme in ons brein, en het laat zich doorbreken met een paar kleine ingrepen.

Stel dat iemand je vraagt om voor haar van Amsterdam naar Groningen te rijden. Grote kans dat je automatisch een paar dingen controleert voordat je wegrijdt: zit er genoeg benzine in de tank, branden er geen verdachte lampjes op het dashboard? Is dat niet op orde, dan rijd je niet eens weg.

In ons werk doen we het omgekeerde. We horen de vraag, starten direct en draaien de snelweg van de dag op met een halflege mentale tank en waarschuwingslampjes die al een tijdje branden. Te druk om te tanken, om tijd te maken voor lezen of oefenen, voor onderhoud zoals reflectie of een training. Terwijl juist dat ervoor zorgt dat je later sneller, rustiger en beter rijdt.

Dit artikel legt uit waarom geen tijd maken voor activiteiten met uitgesteld succes, en daardoor druk zijn met het blussen van brandjes die daar ook door ontstaan, zo’n hardnekkig en normaal verschijnsel is. We laten zien waar het vandaan komt, wat het met je brein doet, en welke kleine ingrepen meteen tijd en ruimte vrijspelen. Voor jezelf, je team en de resultaten van morgen.

Waarom wint nu altijd van later?

We denken vaak dat het later rustiger wordt. Begrijpelijk, want veel activiteiten kosten nu tijd en betalen pas later uit: een rustige overdracht maken, dossiers echt afronden, de planning opschonen, een lastig gesprek zorgvuldig voorbereiden. Intussen kiest ons brein voor het directe gemak van nog even de mail wegwerken of eerst dat brandje blussen, en onderschat het de latere winst: minder bijsturen, kortere overleggen, minder miscommunicatie. Dat mechanisme heet present bias (O’Donoghue en Rabin, 1999). Nu krijgt vanzelf voorrang op later, zelfs als we rationeel weten dat investeren op termijn ruimte oplevert.

Waarom past het op papier wel en in de praktijk niet?

Daarbovenop plannen we structureel te krap. We rekenen ongemerkt met het ideale scenario en vergeten hoe het meestal gaat: onderbrekingen, afhankelijkheden, wachttijden en besluitpauzes. Kahneman en Tversky beschreven dit al in 1979 als de planningsfout. Zo ontstaat een agenda vol goede intenties zonder landingsbaan. Een nieuw afsprakensysteem dat er wel even bij kan, een herinrichting van het rooster die snel lukt, een update van de klantcommunicatie die tussen consulten door wordt geknutseld. Op papier past het. In de praktijk schuift het door.

Wat doet drukte met je blik?

Als de agenda overloopt, vernauwt de aandacht. Mullainathan en Shafir laten in Scarcity (2013) zien dat tijdschaarste mentale bandbreedte opeet. Je schiet op het urgente en verliest de horizon. Juist de dingen die later tijd vrijmaken raken uit beeld: reflectie, delegeren, gesprekken over visie en toekomst, nieuwe medewerkers goed inwerken, apparatuuronderhoud echt plannen. De dag vult zich met dopaminevinkjes. Veel gedaan, weinig veranderd. De druk blijft en voelt zelfs gerechtvaardigd, want je hebt toch zo hard gewerkt.

Wat kost steeds omschakelen?

Snel schakelen lijkt efficiënt, maar elk wisselmoment laat wat Sophie Leroy (2009) aandachtsresidu noemt achter. Een stukje van je hoofd blijft bij de vorige taak, waardoor je de volgende met minder scherpte start. Dieper werk wordt trager en slordiger. Je dag voelt vol en je komt minder ver. Precies dan lijkt er geen tijd voor ontwikkeling, voor systeemwerk, voor het echte onderhoud, terwijl juist dat de brandstof is die later tijd en ruimte oplevert.

Hoe ziet dat eruit in een praktijk?

Een dierenarts gezelschapsdieren, mede-eigenaar van een drukke praktijk, vroeg of we met hem wilden meekijken. Tussen consulten en alles eromheen had hij het gevoel dat de dag en het team aan hem trokken.

Nog even doorpakken, zei hij. Na deze week wordt het rustiger. Ik knikte, en ergens in mij knikte er iets niet mee.

We vroegen hem ons mee te nemen door de afgelopen week. Maandag liep het spreekuur uit door een spoedje, het belblok verdween. Dinsdag schoof hij een uitzoekblok op omdat er even een castratie tussendoor moest. Woensdag deed hij tot laat de administratie, omdat overdag alleen werk en vergaderingen bestonden. Donderdag, na een gebroken nacht, kostte het hem moeite vriendelijk te blijven bij het gedoe in zijn team. Vrijdag drie euthanasieën. Bij de laatste viel zijn stem even stil.

Hij ademde uit. Zijn team had er ook last van, zei hij. Meer cc’s voor de zekerheid. Kortere stiltes aan de balie. Kleine slordigheden die niemand wil maken: twee patiënten die verwisseld werden, een operatie afgezegd door een bestelling die niet op tijd was gedaan. Loyaliteit werd voorzichtigheid, voorzichtigheid werd stroperigheid. Hij wist ergens hoe het kwam, en toch noemde hij het gedoe.

Wat doet het met jou, vroeg ik. Zijn lijf hield de rekening bij: hoofdpijn achter de ogen, cafeïne die minder deed, ’s nachts wakker met één zin die rondtolde: wat ben ik vergeten? Thuis zei zijn partner dat hij er wel was, en toch niet.

We zaten in de kantine na sluitingstijd. Ik weet niet meer zo goed hoe ik hieruit kom, zei hij. Ik zie alleen de details van vandaag, niet het grotere plaatje. Ik vink van alles af en het lost niets op. En tijd om het anders te doen is er ook niet.

Wat ik hoorde kwam niet uit onwil of onkunde, maar uit betrokkenheid. Zo dicht op de dag dat alleen het onmiddellijke nog telt. De opluchting van een afgevinkt consult voelt als rust en is uitstel in een andere jas. Het team ademt zo goed mogelijk mee, tot de adem opraakt.

En nu, vroeg ik. Welke uitnodiging ligt er voor jou? Er kwam geen groot besluit. Alleen een paar millimeter afstand. Ik weet het niet, durfde hij te zeggen. Ik kom erop terug.

Die millimeters werden dagen later een echte pas naar achteren. Hij ging niet minder geven om zijn patiënten of zijn team. Hij ging zien waarom hij zo hard werkte. Waar hij ooit had geleerd dat harder altijd beter is, dat je pas van waarde bent als je alles zelf draagt. Zinnen uit vroegere tijden kwamen langs: als ik het niet doe, gebeurt het niet. Niemand mag last van mij hebben. Eerst de ander, dan ik. Liefdevol ontstaan, ooit nuttig, nu vermoeiend.

Hij wist het eigenlijk al: straks wordt het rustiger komt niet vanzelf. Het was aan hem om iets te veranderen in hoe hij werkte en leidde. Even van de snelweg af, in plaats van harder rijden. Begrijpen wat hem elke dag het moeras in trok, in plaats van nog een vinkje. Soms is het zo simpel: je ziet pas waar je rijdt als je niet met je neus op het werk geplakt zit. In die paar millimeter naar achteren begon iets nieuws. Niet spectaculair. Wel echt, en precies genoeg.

Welke twee richtingen heb je?

Wanneer je tot inzicht komt en bereid bent in actie te komen, heb je grofweg twee richtingen. Je kunt starten in de bovenstroom met een praktische aanpak, zoals de kwadranten van Covey. Of je gaat in de onderstroom op onderzoek: wat maakt dat jij steeds dezelfde keuzes maakt en in hetzelfde patroon stapt? Een coachingstraject is dan vaak de duurzamere weg. Het hoeft geen of/of te zijn. In een leiderschaps- of ontwikkeltraject combineren we boven- en onderstroom en die versterken elkaar.

Hoe werk je met de kwadranten van Covey?

Stephen Covey (1989) maakt onderscheid tussen vier soorten werk. Kwadrant I is urgent en belangrijk: echte brandjes en harde deadlines. Kwadrant II is belangrijk en niet urgent: onderhoud, voorbereiding, verbeteren. Kwadrant III is urgent en niet belangrijk: andermans prioriteiten die lawaai maken en weinig opleveren. Kwadrant IV is niet urgent en niet belangrijk: ruis en afleiding. De winst zit in kwadrant II. Dit werk kost nu tijd en geeft morgen tijd terug.

Zo pak je het aan, in twintig minuten per week.

  • Schrijf je taken en afspraken van deze week op één lijst. Twee of drie woorden per item is genoeg.
  • Zet elk item in één kwadrant. Urgent en belangrijk, belangrijk en niet urgent, urgent en niet belangrijk, geen van beide.
  • Kies twee of drie items uit kwadrant II en geef die een harde starttijd. Dat is het tanken.
  • Bundel kwadrant I op vaste momenten, begrens III en snoei IV.
  • Sluit vrijdag af met twee zinnen. Wat werkte, wat kan weg.

Na een paar weken merk je het effect: minder ruis, kortere overleggen, minder zoeken en repareren, meer rust in het hoofd en aan de balie. Precies het soort onderhoud dat je later tijd en ruimte oplevert.

Wat levert zelfleiderschap op?

In de millimeters afstand die de dierenarts vond, gebeurde iets eenvoudigs en wezenlijks: hij ging weer kiezen in plaats van gekozen worden. Dat is de kern. Tijd investeren in jezelf voelt tegenstrijdig als de praktijk gonst, en precies daar begint de winst. Wie zichzelf leidinggeeft, in plaats van zich te laten leiden door wat er nu brandt, maakt ruimte. Ruimte om te zien wat echt moet, wat later kan en wat helemaal niet meer nodig is. Ruimte die je team voelt aan de balie, in de spreekkamer, op elke plek in de organisatie.

Zelfleiderschap begint met kijken. Waar gaat mijn aandacht naartoe, en waarom? Wat drijft mijn keuzes en gedrag? Welke verhalen uit vroeger maken dat ik alles zelf wil dragen? Hoe stuur ik mijn energie, in plaats van me te laten sturen?

Als dit zichtbaar wordt, verandert de dag. Je werkt met meer focus, maakt heldere keuzes en blust minder herhaalbrandjes. Er ontstaat rust die overeind blijft bij het eerste spoedje. Dat is tijd die je terugverdient in minder herwerk, kortere overleggen, betere overdrachten en meer draagkracht in het team.

Bij Het Nest zien we zelfleiderschap als de basis van duurzame professionele groei. In ons traject zelfleiderschap bouwen we dat stap voor stap op.

  • Wie ben ik, wat drijft mij.
  • Patronen en triggers herkennen in het moment.
  • Bewust kiezen in plaats van automatisch reageren.
  • Blijven leren zonder jezelf voorbij te lopen.

Zes ochtenden met intervisie en opdrachten tussendoor, passend naast het werk met cliënten en patiënten. Investeren in zelfleiderschap is geen luxe. Het is een nuchtere keuze voor veerkracht, werkplezier en effectiviteit, vandaag en morgen.

Eerst tanken, dan rijden

De kaart van Covey laat je kiezen in wat er al ligt, de bovenstroom. Zelfleiderschap pakt de onderstroom: waarom je rijdt zoals je rijdt. Met die millimeters afstand en een weekkaart in kwadrant II blijft de motor lopen, ook als het weer druk wordt. Zo maak je vandaag ruimte die je morgen tijd oplevert, en sta je niet met een jerrycan in je hand langs de vluchtstrook. Over de illusie dat drukte een reden is om niet stil te staan, schreven we meer in Versnellen en Vertragen.

Veelgestelde vragen

Wat is present bias?

Present bias is de neiging van ons brein om nu voorrang te geven op later, ook als we rationeel weten dat investeren op termijn meer oplevert. O’Donoghue en Rabin beschreven het in 1999. Op het werk zie je het als de mail die je nog even wegwerkt terwijl de overdracht, de planning of het lastige gesprek blijft liggen. Die uitgestelde taken zijn de brandjes van volgende week.

Waarom blijf je brandjes blussen?

Omdat vier mechanismen elkaar versterken: present bias laat nu winnen van later, de planningsfout maakt dat je te krap plant, schaarste vernauwt je blik tot het urgente, en ieder wisselmoment laat aandachtsresidu achter. Samen zorgen ze dat juist het werk dat later tijd vrijmaakt uit beeld raakt. De dag voelt vol, er verandert weinig, en de druk voelt gerechtvaardigd omdat je zo hard hebt gewerkt.

Hoe maak je tijd voor werk dat pas later uitbetaalt?

Begin klein. Zet wekelijks twee of drie taken uit kwadrant II van Covey, belangrijk en niet urgent, met een harde starttijd in de agenda. Dat is de bovenstroom. Duurzamer is onderzoeken waarom je steeds dezelfde keuzes maakt: welke overtuigingen maken dat je alles zelf wilt dragen? Dat is zelfleiderschap, en het begint met een paar millimeter afstand nemen van de dag.