Skip to main content

Vertragen terwijl je geen tijd hebt

Over de illusie dat drukte een reden is om niet stil te staan

 

We zien het probleem èn we voelen dat het zo niet langer werkt. En tegelijk hebben we op dit moment simpelweg geen tijd om het echt aan te pakken.

Afgelopen week zaten we aan tafel bij drie totaal verschillende organisaties in de veterinaire sector. Drie verschillende contexten, met elk hun eigen dynamiek. En onder de oppervlakte klonk steeds hetzelfde verhaal.

Een managementteam van een groot bedrijf dat vastloopt in de hoeveelheid plannen die er ligt, terwijl echte uitvoering steeds vooruit wordt geschoven omdat de agenda’s overvol zijn en er voortdurend ad hoc geschakeld moet worden. Een directie die al lange tijd vooral in de stand van overleven en financieel herstel opereert, waardoor er nauwelijks ruimte ontstaat om samen te vertragen, te verbinden en met enige afstand naar het grotere geheel te kijken. En een maatschap waarin twee bevlogen professionals zo gewend zijn geraakt om zelf de gaten te dichten, dat leidinggeven steeds moeilijker wordt en de grens richting uitputting gevaarlijk dichtbij komt.

Wanneer vertragen het minst haalbaar lijkt, is het vaak het meest nodig.

Dat vraagt visie en misschien nog wel meer moed, juist omdat het zo tegennatuurlijk voelt. Het is menselijk om terug te grijpen op een manier van oplossen die we goed kennen. En in de zorg is dat vaak: gewoon nog wat harder werken.

Vertragen betekent dat je even uitstapt uit de reflex van oplossen, doorgaan en gaten dichten. Dat je bereid bent stil te staan bij wat er werkelijk speelt, ook als dat ongemakkelijk is.

De andere route is wachten tot het systeem je daartoe dwingt.

Die uitnodiging komt zelden vriendelijk.

“Problemen worden niet op hetzelfde niveau opgelost als ze zijn ontstaan.”

Albert Einstein

Versnellen, daar zijn we goed in

Versnellen kennen we. Velen van ons zijn er uitzonderlijk goed in geworden. Het werk vraagt het van ons. En we krijgen er waardering voor. Een schouderklopje van de praktijkhouder, een tevreden eigenaar, het gevoel dat je de dag weer hebt gered. In veel zorgomgevingen is de drukke werkdag bijna ons natuurlijke habitat geworden.

En eerlijk is eerlijk: dat is vaak ook nodig.

Zonder versnelling geen keizersnede die op tijd begint. Geen spoedconsult dat snel genoeg wordt opgepakt. Geen praktijk die draaiend blijft op een dag waarop alles tegelijk lijkt te komen. Geen snelle afhandeling van binnenkomende vragen aan de telefoon of balie.

Versnelling redt letterlijk levens.

Dit artikel is dan ook geen pleidooi voor stilstand. De vraag is of snelheid de enige beweging is geworden die nog vanzelfsprekend beschikbaar is.

Want er is ook een andere beweging: vertragen. En die heeft minstens zoveel waarde in het dagelijks werk.

Vertragen is de beweging waarin ervaringen kunnen landen en de vraag kan opkomen: wat is er vandaag eigenlijk allemaal gebeurd? Waarin verbanden zichtbaar worden en besluiten alvast vorm en richting kunnen krijgen. Het moment waarop een gesprek niet alleen gevoerd wordt, maar werkelijk gehoord. De ruimte waarin het lichaam kan herstellen en het hoofd opnieuw kan ordenen.

Ook vertragen redt levens.

Minder zichtbaar dan een spoedingreep, en net zo wezenlijk. Wie de tijd neemt om echt naar een eigenaar te luisteren voordat er een behandelplan wordt ingezet, voorkomt soms een verkeerde route. Wie even pas op de plaats maakt voor een ingewikkeld besluit, neemt vaak een wijzer besluit. Wie herstel serieus neemt na een intensieve periode, blijft langer overeind en is vaak ook beter beschikbaar voor anderen. Wie vertraagt, creëert de afstand om de eigen aannames en blikrichting te bevragen en verkleint daarmee de kans om ongemerkt in tunnelvisie terecht te komen.

Toch hebben we in het Westen een wat ongemakkelijke verhouding met vertragen. Alsof vertragen al snel iets krijgt van luxe, van vrijblijvendheid, van iets wat vooral past bij mensen met meer ruimte dan wij. Alsof de bezinner, de dromer of de filosoof best sympathieke figuren zijn, sympathiek maar verder weinig serieus te nemen en zeker niet degenen op wie het echte werk drijft.

Bij Het Nest herkennen we die reflex overigens ook in onszelf. De onrust die kan ontstaan op een onverwacht lege ochtend. De neiging om die ruimte direct weer op te vullen. Nog even dat mailtje. Toch dat telefoontje. Dat ene klusje wat al langer ligt te wachten.

Laatst waren we in een kliniek waar letterlijk niet werd gezeten; medewerkers stonden de hele dag. Want ja, als je zit, dan doe je niets.

Stilzitten voelt voor veel mensen niet direct als rust. Het voelt eerst vaak als ontwenning.

En de mensen die het hardst zeggen dat ze geen tijd hebben om te vertragen, hebben daar soms het meeste behoefte aan.

Wat drukte soms verhult

Drukte heeft in onze zorgsector een bijna vanzelfsprekende legitimiteit. We zien er, behalve vermoeidheid, zelden veel verkeerde kanten aan. En die vermoeidheid? Die hoort er misschien gewoon een beetje bij, zo lijkt het verhaal.

Drukte heeft soms ook nog een andere functie.

Wie voortdurend in beweging blijft, hoeft niet altijd stil te staan bij wat eronder ligt. Bij de vraag of dit tempo eigenlijk nog klopt. Of dat gesprek dat je al weken uitstelt. Of hoe het thuis gaat. Of waarom je eigenlijk steeds sneller reageert op dingen die vroeger weinig met je deden.

Dit is een heel menselijk mechanisme. Geen teken van zwakte

We zien hetzelfde patroon in organisaties. Bij directies die al langer voelen dat de samenwerking schuurt. Waar de uitval toeneemt, de plannen zich opstapelen, en echte uitvoering telkens vooruit wordt geschoven omdat er voortdurend ad hoc gewerkt moet worden en de gaten van vandaag eerst gedicht moeten worden. Bij teams die signaleren dat het zo niet langer werkt, en blijven doordraaien omdat de agenda het alternatief niet lijkt toe te laten.

Alsof vertragen pas geoorloofd is wanneer het systeem je daartoe dwingt.

Terwijl het soms juist andersom is. Wanneer het systeem uiteindelijk ingrijpt, doet het dat zelden zachtzinnig. Dan komt de vertraging in de vorm van burn-out, uitval, personeelsverloop, conflict of een crisis die niet langer genegeerd kan worden.

Wat er onder de drukte meebeweegt noemen wij de onderstroom. Daarover schreven we een apart artikel.

Twee bewegingen die elkaar nodig hebben

Versnellen en vertragen zijn geen tegengestelden waar je tussen moet kiezen. Ze vormen een polariteit: twee bewegingen die elkaar nodig hebben om gezond te kunnen functioneren, zoals inademen en uitademen.

Het probleem zit zelden in snelheid op zichzelf. Het probleem ontstaat wanneer één beweging de enige beweging wordt die nog beschikbaar is.

Mensen willen vaak wel vertragen. Alleen komt juist op het moment dat het nodig is het verhaal op dat dit nu echt niet kan. Dat er eerst nog dingen af moeten. Dat de rust later wel komt.

Alleen komt dat latere moment opvallend vaak niet vanzelf.

Juist in leiderschap is dit wezenlijk. Wie voortdurend reageert op wat het moment vraagt, zonder ooit bewust afstand te nemen, raakt op termijn iets kwijt. Nuance. Creativiteit. Het vermogen om echt te luisteren. Het onderscheid tussen urgentie en belangrijkheid.

Een leider die nooit vertraagt, wordt op termijn minder reflectief. En minder vrij.

Het midden leren bewonen

Bij polariteiten gaat het zelden om kiezen voor de ene of de andere kant. De kunst zit in het vermogen om beide bewegingen tot je beschikking te hebben, en te kunnen voelen wat het moment van je vraagt.

De meeste mensen hebben daarin een voorkeurskant. De één beweegt van nature makkelijker naar actie, tempo en vooruitgang. De ander zoekt eerder rust, reflectie of uitstel. Op zichzelf is daar niets mis mee. Het wordt pas beperkend wanneer één beweging zo vertrouwd wordt dat de andere nauwelijks nog toegankelijk voelt.

Juist daar zit de oefening.

Wie gewend is om altijd te versnellen, ontdekt in het vertragen vaak eerst onrust. Ongeduld misschien. Het gevoel dat je niets nuttigs doet. Alsof stilstand gelijkstaat aan verlies van tijd of betekenis. Wie iets langer blijft staan in die ruimte, ontdekt vaak iets anders: overzicht. Herstel. Creativiteit. Soms zelfs plezier.

En misschien nog fundamenteler: de ontdekking dat niet elke minuut zichtbaar productief hoeft te zijn om waardevol te zijn. Dat met je voeten op tafel uit het raam staren soms net zo goed werk is als het beantwoorden van mails of het oplossen van het volgende probleem.

Vertragen wordt dan een bewuste investering in het vermogen om daarna weer echt te kunnen versnellen.

Het begint misschien met eerlijker kijken.

Wanneer versnelt jouw agenda omdat het werk daarom vraagt?

En wanneer versnelt ze omdat stilstand iets zichtbaar zou maken waar je liever niet direct naartoe beweegt?

Dat onderscheid is niet altijd comfortabel, en vaak wel verhelderend. Vertragen begint zelden met plotseling ruimte in de agenda. Het begint meestal met het opmerken van het verhaal dat je jezelf vertelt over waarom die ruimte er niet is.

Pas wanneer beide bewegingen beschikbaar zijn, ontstaat er keuzevrijheid.

En misschien begint dat met een veel eenvoudigere, en eerlijkere vraag: Mag ik eigenlijk wel stilstaan?

Veelgestelde vragen

Waarom lukt het niet om te vertragen als het druk is?

Omdat versnellen de beweging is die je goed kent en waardering oplevert. Drukte heeft in de zorg een vanzelfsprekende legitimiteit, en vertragen voelt als iets wat past bij mensen met meer ruimte. Het verhaal dat het nu echt niet kan komt precies op het moment dat het nodig is.

Wat verhult drukte?

Wie in beweging blijft, hoeft niet stil te staan bij wat eronder ligt. Bij de vraag of dit tempo nog klopt, bij het gesprek dat al weken wacht, bij hoe het thuis gaat. Dat is een menselijk mechanisme en geen zwakte. Het wordt pas een probleem als het de enige beschikbare beweging is.

Wat gebeurt er als je blijft doorgaan?

Dan grijpt het systeem uiteindelijk zelf in, en dat gebeurt zelden zachtzinnig. De vertraging komt dan in de vorm van uitval, verloop, conflict of een crisis die niet langer te negeren is. Dat is dezelfde vertraging, alleen op een moment dat je hem niet kiest.

Deze spanning laat zich niet oplossen door te kiezen. Lees meer over het werken met polariteiten.