Waarom lukt loslaten niet?
Loslaten en vastpakken
“Voordat je iets kunt loslaten, moet je het eerst vastpakken.”
Wibe Veenbaas
Je moet het loslaten
Er zal waarschijnlijk niemand zijn die dit advies nog nooit heeft gekregen. We horen het wanneer we ons zorgen maken, blijven hangen in een conflict of steeds opnieuw vastlopen in dezelfde situatie. Ook wij betrappen onszelf erop dat we het zeggen. Meestal met de beste bedoelingen. Omdat we de ander verlichting gunnen van de spanning die hij ervaart.
Toch merken we dat deze woorden zelden werkelijk helpen. Misschien omdat het advies minstens zoveel zegt over degene die het geeft als over degene die het ontvangt. Het is ongemakkelijk om iemand van wie je houdt te zien worstelen. We voelen de neiging om iets aan te reiken waardoor het lichter wordt. Misschien ook omdat we daarmee ongemerkt iets proberen te doen aan onze eigen onmacht. “Je moet het loslaten” sluit een gesprek dan gemakkelijk af, terwijl het juist vraagt om nieuwsgierigheid.
Want hoe laat je iets los dat zich iedere dag opnieuw aandient? Hoe laat je de zorgen om je kinderen los wanneer zij steeds meer hun eigen keuzes gaan maken? Hoe laat je de behoefte aan controle los wanneer jij eindverantwoordelijk bent voor een organisatie? Vaak proberen we het wel. We leiden onszelf af, werken harder of praten ons gevoel weg. Aan de buitenkant lijkt het alsof we iets loslaten, terwijl we vanbinnen nog steeds hetzelfde vasthouden.
Jaren geleden hoorden wij tijdens een opleiding de oprichter van Phoenix Opleidingen, Wibe Veenbaas, een uitspraak doen die sindsdien met ons meereist.
“Voordat je iets kunt loslaten, moet je het eerst vastpakken.”
Wat vraagt vastpakken werkelijk?
Gaandeweg ontdekten we dat Wibe met vastpakken iets heel anders bedoelt dan steviger vasthouden.
Vastpakken gaat over erkennen dat iets van jou is. En daar zit meteen ook het ongemak. Want wat je onder ogen hebt te zien, botst vaak met het beeld dat je van jezelf hebt. Dat ik degene ben die controleert, terwijl ik juist dacht dat ik ruimte gaf. Dat ik mijn team eigenlijk minder vertrouw dan ik zelf wil geloven. Dat ik onhebbelijk word tegen mijn kind op het moment dat ik me machteloos voel.
Dat is iets anders dan vertellen dat je perfectionistisch bent of graag de controle houdt. Dat zijn eigenschappen die we vaak moeiteloos over onszelf uitspreken. Vastpakken vraagt iets anders; het vraagt dat je ziet wat er werkelijk gebeurt op het moment dat de spanning oploopt.
Er zijn veel manieren om daar omheen te bewegen en de meeste klinken heel redelijk. Het was druk, de omstandigheden waren lastig, de ander begon. Of we wachten tot het vanzelf overgaat, wat een aantrekkelijke gedachte is, maar zelden een werkzame.
Zolang je een patroon niet aankijkt, blijft het zich herhalen. Het gebeurt, achteraf heb je er spijt van en de volgende keer gebeurt het opnieuw.
Wat je niet vastpakt, herhaalt zich.
Vastpakken vraagt dus moed, omdat het zoveel gemakkelijker is om het gewoon bij de ander neer te leggen. We vertellen liever wat een medewerker anders zou kunnen doen of waarom ons kind zich anders zou moeten gedragen. Onze aandacht beweegt bijna vanzelf naar buiten, terwijl ontwikkeling begint op het moment dat de beweging naar binnen wordt gemaakt.
- Waar gaat dit werkelijk over?
- Wat gebeurt er in mij waardoor ik zo reageer?
- Wat probeer ik eigenlijk te beschermen?
En dan is er nog een fase waar zelden over gesproken wordt.
Tussen herkennen en veranderen ligt vaak een ongemakkelijke periode. Je ziet ineens wat je doet en… je doet het nog steeds. Juist dan ligt zelfverwijt op de loer. Wat ben ik eigenlijk voor ouder? Wat ben ik voor leidinggevende?
Dat voelt misschien als eerlijkheid, maar vaak is het iets anders. Wie zichzelf veroordeelt, blijft niet langer nieuwsgierig. Terwijl juist daar het werk begint. Door te blijven kijken naar wat zich aandient, zonder jezelf vrij te pleiten en zonder jezelf af te wijzen.
Misschien is dat wel de grootste misvatting rondom loslaten.
Loslaten is geen eerste stap.
Loslaten is een gevolg.
waarom begint vastpakken bij jezelf?
Zoals wel vaker ontstaan de onderwerpen voor deze nieuwsbrief midden in ons eigen leven. De afgelopen maanden diende dit thema zich bij Bernadette bijna dagelijks aan in de opvoeding van twee puberzonen. Hoe stevig houd je vast aan de afgesproken tijd van thuiskomen? Wanneer geef je ruimte voor eigen ervaringen en wanneer voel je de verantwoordelijkheid om een grens te stellen? Kinderen kunnen je als geen ander spiegelen, en dan gaat het naast het gedrag van het kind voor een vaak belangrijker deel over wat dit bij jou oproept. Bernadette beschrijft zo’n moment.
Hij kijkt me aan met de deurklink in zijn hand. “Ik ga toch, al mijn vrienden zijn buiten en ik heb al afspraken gemaakt. Je had het maar eerder moeten zeggen dat ik niet naar buiten mocht.” Ik probeer rustig adem te blijven halen en mijn kalmte te bewaren. Ik overweeg mijn mogelijkheden. Hij is een kop groter dan ik, dus hem bij zijn jas pakken en naar binnen sturen is geen optie meer. Wat wel? Hoe blijf ik uit de strijd en geef ik wel mijn grens aan? Bij mij woedt er een oorlog vanbinnen. De oorlog die ik vanbuiten zo graag vermijd. Ik los doorgaans alles op met nog een goed gesprek, een vriendelijke vraag en nog een keer uitleggen. Maar daar zijn we nu allang voorbij. Ik vertel hem dat ik ook niet weet hoe we nu verder moeten en dat ik deze strijd niet met hem aanga. Ik ben zijn moeder en heb de plicht om voor hem te zorgen en ook grenzen te stellen. Hij kan ver gaan en hij gaat nu een grens over. Hij loopt weg en slaat de deur hard achter zich dicht. Hij komt die avond keurig op tijd thuis en dat is al tijden geleden.
‘ Wat ik in dat moment moest vastpakken ging over mezelf’ . Het goede gesprek, de vriendelijke vraag en het nog een keer uitleggen zijn mijn manier waarop ik conflict vermijd. Zolang ik dat mijn kwaliteit noem, hoef ik niet te zien dat ik er ook mee wegblijf bij de grens die ik eigenlijk wil stellen. Dat is oncomfortabel om onder ogen te zien, en het is precies de plek waar er iets kan veranderen.
De één organiseert veiligheid door meer grip te zoeken en de ander door de verbinding te bewaren en de harmonie niet te verstoren. Daar zijn talloze varianten van en geen van die bewegingen is goed of fout, want het zijn manieren waarop we in de loop van ons leven hebben geleerd om met spanning om te gaan. Het lastige eraan is dat je eigen beweging vanbinnen meestal aanvoelt als gewoon redelijk zijn.
Wat gebeurt er als organisaties hetzelfde doen?
Tijdens een traject begeleidden we een dierenartsenpraktijk waar de eigenaar bekend stond als toegankelijk en betrokken. Medewerkers konden altijd bij hem binnenlopen en hij vertrouwde erop dat mensen hun verantwoordelijkheid zouden nemen. Dat was jarenlang een kracht van de praktijk geweest.
Tegelijkertijd groeide de organisatie. De complexiteit nam toe en afspraken werden steeds minder vanzelfsprekend nagekomen. De praktijkmanager voelde dat als eerste en zorgde langzaam voor nieuwe regels, controlelijsten en afspraken om overzicht te houden. Vanuit haar perspectief was dat een logische ontwikkeling, terwijl het vanuit het team steeds vaker voelde alsof iedere stap gecontroleerd werd.
Aan de oppervlakte leek het alsof zij fundamenteel van mening verschilden, want de één gaf te veel ruimte en de ander organiseerde te veel controle. Onder de oppervlakte probeerden beiden iets waardevols vast te houden. De eigenaar hield vast aan de relatie met zijn medewerkers en wilde voorkomen dat mensen zich afgewezen zouden voelen. De praktijkmanager hield vast aan kwaliteit en rust, en ook zij probeerde veiligheid te organiseren, alleen via een andere route.
Het gesprek veranderde op het moment dat beiden iets over zichzelf toegaven wat ze liever niet hardop zeiden. De eigenaar ontdekte dat zijn toegankelijkheid hem ook behoedde voor de gesprekken die hij liever niet voerde. De praktijkmanager ontdekte hoezeer haar lijstjes haar eigen onrust bedienden. Dat zijn geen prettige dingen om over jezelf te zeggen waar de ander bij zit.
Juist doordat beiden hun eigen beweging konden vastpakken, ontstond er ruimte om ook iets los te laten. De eigenaar werd duidelijker in zijn verwachtingen en de praktijkmanager hoefde minder te controleren.
Wat is de eerste beweging van zelfleiderschap?
Binnen Het Nest noemen we dit de eerste beweging van zelfleiderschap. Voordat je leiding kunt geven aan een ander, geef je namelijk altijd leiding aan jezelf, en dat begint bij weten wat er in jou gebeurt zodra de spanning oploopt. Op dat moment reageren we vaak sneller dan we beseffen. We controleren nog een keer, stellen een gesprek uit, nemen iets over, trekken harder aan de kar of houden ons juist stil, omdat we terugvallen op patronen die ons ooit geholpen hebben.
Wie zijn eigen patroon kent, kan er op het moment zelf iets anders naast zetten. Daar begint de vrijheid om te kiezen, en daarmee ook de mogelijkheid om iets los te laten.
Hoe laat je iets los met zorg?
Wat er uiteindelijk los te laten valt, heeft je vaak jarenlang geholpen.
De behoefte aan controle is niet zomaar ontstaan. Ooit bracht zij je iets wat je nodig had. Misschien overzicht, misschien veiligheid. Ook het bewaren van de harmonie was ooit een passende manier om met spanning om te gaan. Het waren geen verkeerde keuzes. Ze hielpen je op een moment waarop je nog niet anders kon.
Dat maakt loslaten ook zo moeilijk. Je neemt niet alleen afscheid van een patroon. Je neemt afscheid van iets wat je ooit trouw heeft gediend.
Loslaten is iets anders dan weggooien. Je kunt iets loslaten en er tegelijk dankbaar voor zijn.
Je laat je zoon zijn eigen keuzes maken en blijft tegelijkertijd beschikbaar als hij je nodig heeft. Je geeft je team meer ruimte, zonder je verantwoordelijkheid los te laten. En daarmee laat je het idee dat jouw manier de enige juiste is ook los.
En dan komt er een lastig en ook een prachtig inzicht. Je ontdekt dat de ander dezelfde veiligheid probeert te organiseren als jij, alleen via een andere weg.
Vasthouden en loslaten zijn daarmee geen tegenpolen, maar ze maken elkaar mogelijk.
Waarom horen vasthouden en loslaten bij elkaar?
Het afgelopen jaar schreven we vaker over polariteiten. Comfort en ongemak. Versnellen en vertragen. Onderstroom en bovenstroom. Bewegingen die elkaar nodig hebben en voortdurend om balans vragen.
Vasthouden en loslaten zijn anders.
Ze staan niet tegenover elkaar, maar ze volgen elkaar op.
Pas wanneer je bereid bent vast te pakken wat werkelijk van jou is, ontstaat er ruimte om iets los te laten. Niet omdat je jezelf hebt veranderd, maar omdat je jezelf beter bent gaan begrijpen.
Dat maakt leiderschap uiteindelijk verrassend persoonlijk. Veel minder een kwestie van situaties beheersen of mensen veranderen, en veel meer van de bereidheid om jezelf steeds opnieuw onder ogen te komen.
Op onze pagina over polariteiten staat waarom kiezen tussen twee polen zelden werkt.
Terug naar Wibe
Sommige uitspraken lijken vooral mooi op het moment dat je ze voor het eerst hoort. Pas jaren later ontdek je hoeveel lagen erin verborgen zitten.
In de organisaties die we begeleiden en misschien nog wel het meest in ons eigen leven, ontdekken we steeds opnieuw dat ontwikkeling zelden begint met loslaten.
Ze begint op het moment dat je bereid bent stil te staan bij jezelf. Dat je nieuwsgierig wordt naar wat er in jou gebeurt wanneer de spanning oploopt, voordat je de ander, de situatie of de omstandigheden probeert te veranderen.
Dat vraagt moed, want jezelf werkelijk ontmoeten is misschien wel het spannendste wat er is. En tegelijkertijd is het juist de plek waar ontwikkeling begint.
Wibe had gelijk. Voordat je iets kunt loslaten, moet je het eerst vastpakken. En dan is loslaten een gevolg.
Veelgestelde vragen
Wat betekent vastpakken voordat je kunt loslaten?
Vastpakken betekent erkennen dat een patroon van jou is. Dat is iets anders dan jezelf een eigenschap toedichten, zoals perfectionisme of behoefte aan controle. Het vraagt dat je ziet wat er werkelijk gebeurt op het moment dat de spanning oploopt, en wat dat patroon je oplevert. De uitspraak komt van Wibe Veenbaas van Phoenix Opleidingen.
Waarom lukt loslaten zo vaak niet?
Omdat loslaten als eerste stap wordt ingezet. Wie probeert los te laten zonder eerst te zien wat hij vasthoudt, leidt zichzelf af, werkt harder of praat het gevoel weg. Aan de buitenkant lijkt dat loslaten, vanbinnen blijft hetzelfde staan. Het patroon herhaalt zich tot het is aangekeken.
Wat heeft loslaten met leiderschap te maken?
Leidinggeven aan anderen begint bij weten wat er in jou gebeurt zodra de spanning oploopt. Wie zijn eigen patroon kent, kan er op dat moment iets anders naast zetten. Binnen Het Nest noemen we dat de eerste beweging van zelfleiderschap. Daar ontstaat de vrijheid om te kiezen, en daarmee de mogelijkheid om iets los te laten.



